a humbble view
a humbble view · nr 05 onderbouwt 02 ontwikkelingskader

Van jungle naar spoorboekje

Over de omgevingsmanager die we nodig hebben, maar anders dan Brouns denkt.

AuteurWim Vandendriessche
Reeksa humbble view · nr 05
Leestijd5 minuten
ThemaVergunning

In mijn vorige analyse was ik kritisch op de BouwBoost van minister Brouns. Het gevaar van willekeur loert om de hoek als we op basis van vage criteria voorrang gaan uitdelen aan projecten die “maatschappelijk wenselijk” zijn. Maar kritiek geven is makkelijk. Oplossingen aandragen is moeilijker.

In zijn Actieprogramma Vergunningverlening introduceert Brouns een figuur die de sleutel kan zijn tot een echte oplossing: de omgevingsmanager. Een procesbewaker die complexe projecten door het administratieve landschap loodst. Het is een goed idee. Maar zonder objectief kader creëert het enkel een nieuwe laag bureaucratie — of erger, een officieel ‘fast lane’ kanaal voor wie de juiste contacten heeft.

De oplossing ligt niet in willekeurige uitzonderingen, maar in een objectief spoorboekje: drie tracks, bepaald door de verhouding van een project tot het bestaand regelgevend kader.

§ 01omgevingsregisseur · ja, mits

De Nederlandse les

De figuur van de omgevingsmanager komt niet uit de lucht vallen. In Nederland is de rol van de ‘omgevingsregisseur’ cruciaal in de nieuwe Omgevingswet. Steden als Rotterdam werken al langer met zo’n spin in het web die gemeentelijke diensten samenbrengt en tegenstrijdige adviezen stroomlijnt voor de aanvraag wordt ingediend.

Wat daar werkt, is niet de figuur op zich. Het is de cultuuromslag: van “nee, tenzij” naar “ja, mits”. De omgevingsmanager is daar geen poortwachter, maar een gids. Brouns wil dit importeren. Terecht. Maar zonder die cultuur, en zonder objectieve criteria voor wie die begeleiding krijgt, wordt de Vlaamse omgevingsmanager een tandeloze tijger. Of een privilege voor wie het BouwBoost-label krijgt.

§ 02gestapelde regelgeving · schaduwtraject

Complexiteit vraagt differentiatie

We moeten eerlijk zijn: de realiteit is rommelig. Een dakkapel is geen binnenstedelijke reconversie. De complexiteit van onze ruimtelijke opgave neemt toe door gestapelde regelgeving (milieu, erfgoed, mobiliteit). Wie beweert dat we dit kunnen vatten in één standaardprocedure, houdt zichzelf voor de gek.

Vandaag wordt er al gedifferentieerd, maar in de schaduw. Grote projecten krijgen via officieuze voortrajecten al een voorkeursbehandeling. Dat systeem is ondoorzichtig. De inzet van een omgevingsmanager mag geen gunst zijn, maar moet een logisch gevolg zijn van de complexiteit van het project — objectief bepaald.

§ 03één variabele · het kader

Het spoorboekje: drie tracks

De toewijzing aan een track moet gebaseerd zijn op één variabele: de verhouding van het project tot het bestaand regelgevend kader.

§ 04conform · green lane · lokaal

Track 1 — Conform (De Lokale Snelweg)

Het project past volledig binnen de voorschriften (RUP/BPA) en de verordeningen. Er is geen interpretatie nodig, geen afwijking gevraagd.

Aanpak — Hier is geen omgevingsmanager nodig, maar verregaande digitalisering. Een slimme toetsing aan objectieve normen moet leiden tot een administratieve ‘green lane’.

Niveau — Dit is bij uitstek het terrein van de lokale besturen. Zij voeren hier het beleid uit dat ze zelf hebben vastgelegd, gesteund door digitale tools om de doorlooptijd drastisch te verkorten. Wie binnen de lijntjes kleurt, mag niet wachten op een ambtenaar die bedolven is onder complexe dossiers.

§ 05interpretatie · marges · bewijslast

Track 2 — Interpretatie (Het Maatwerk)

Het project zoekt de randen van het kader op. Er is interpretatieruimte nodig, of beperkte afwijkingen zijn noodzakelijk om kwaliteit te halen die binnen de geest van de regels past.

Aanpak — Hier komt de omgevingsmanager in beeld. Zijn rol is het stroomlijnen van tegenstrijdige adviezen (bv. Brandweer vs. Erfgoed) voor de indiening. De beslissing blijft bij de bevoegde overheid (meestal lokaal, soms provinciaal), maar wordt voorbereid op basis van een geïntegreerd advies.

Criterium — Toewijzing aan Track 2 gebeurt op basis van een “vermoeden van vergunbaarheid”. Als een project binnen vooraf bepaalde marges afwijkt (bv. max. 10% volumeafwijking ter verbetering van woonkwaliteit), start automatisch dit begeleidingstraject. De bewijslast draait om: de overheid moet motiveren waarom het niet kan. Dit operationaliseert het begrip “ruimtelijk rendement” uit de Codextrein.

§ 06disruptie · mandaat · waarborgen

Track 3 — Disruptie (De Bovenlokale Innovatie)

Dit is de moeilijkste categorie. Projecten die fundamenteel buiten de bestaande kaders vallen, niet omdat ze slecht zijn, maar omdat de regelgeving de realiteit (nieuwe woonvormen, energiedeling) niet heeft bijgehouden.

Aanpak — Hier krijgt de omgevingsmanager een zwaar mandaat om, samen met alle diensten, een ad-hoc vergunningskader (zoals een projectbesluit) voor te bereiden.

Niveau — Omdat deze projecten vaak het lokale belang overstijgen en botsen op de typische ‘Not In My Backyard’-weerstand, horen ze thuis op een hoger beleidsniveau (Vlaams of Provinciaal). Dit haalt de noodzakelijke innovatie uit de klem van de dorpspolitiek en garandeert de nodige technische expertise die kleine gemeenten vaak missen.

Waarborgen — Omdat dit verregaand is, zijn er twee harde voorwaarden.

Transparantie — Elk Track 3-dossier wordt gepubliceerd met de motivering. Dit schept precedentwerking.

Use it or lose it — Een Track 3-vergunning die niet binnen drie jaar start, vervalt onherroepelijk. Dit voorkomt dat we schaarse ‘innovatieve ruimte’ laten oppotten door grondspeculanten.

§ 07bouwboost · objectieve toegang

De eerlijke spanning

Er zit een spanning tussen dit voorstel en mijn kritiek op de BouwBoost. Daar pleitte ik tegen extra labels en uitzonderingen, hier pleit ik voor Track 3 waarbij de overheid actief onderhandelt. Het verschil is de toegang. Bij de BouwBoost is de toegang subjectief (“maatschappelijk belang” volgens de minister). Bij een tracksysteem is de toegang objectief (past het, of past het niet?). Onderhandelingsstedenbouw is onvermijdelijk, maar het moet transparant en begrensd zijn.

§ 08artikel 23 · standstill · robuustheid

De juridische realiteit (artikel 23)

Tot slot is er de juridische olifant in de kamer. Brouns vraagt de federale overheid om artikel 23 van de Grondwet (standstill-beginsel) te verduidelijken. Hij weet dat zijn subjectieve beoordelingen in de BouwBoost juridisch kwetsbaar zijn voor vernietiging.

Een systeem van objectieve tracks is juridisch veel robuuster. Een beslissing gebaseerd op meetbare conformiteit (Track 1) of vastgelegde marges (Track 2) houdt beter stand bij de rechter dan een beslissing gebaseerd op een vaag “VIP-label”.

§ 09mandaat binnen de tracks

Conclusie

De omgevingsmanager kan een gamechanger zijn, maar alleen als hij geen loopjongen voor de politiek is. Geef ons tracks op basis van de regels, niet op basis van de relaties. En geef de omgevingsmanager mandaat binnen die tracks. Complexiteit is een feit, willekeur is een keuze.

Dit stuk onderbouwt

02 Ontwikkelingskader

Een track bepaalt zich aan de hand van de verhouding tussen project en regelgevend kader. Het ontwikkelingskader legt die verhouding vast voor uw site, zodat u weet welk traject u ingaat voordat de aanvraag vertrekt.

Naar 02 Ontwikkelingskader →
Verder lezen

Het voortraject lost niets op. En toch is het alles.

Een track toegewezen krijgen is één ding, het voortraject dat erbij hoort een ander. Over wat een voorfase wel en niet kan verankeren.

Naar nr 11 →
Archief

a humbble view

Alle stukken, doorzoekbaar op thema en op product.

Naar het archief →