Bestemming vooruitgang: navigeren in verruwde tijden
Over stilstand in de Wetstraat en op de bouwplot, en waarom duidelijkheid niet hetzelfde is als vooruitgang.
Deze week trok de premier opnieuw naar de koning. Vijf partijen, één begroting, geen akkoord. Eind vorig jaar speelde zich hetzelfde scenario af. Ik schrijf dit niet om te zeggen wie gelijk heeft. Wat mij bezighoudt, is het mechanisme. Het is herkenbaar. Niet alleen uit de Wetstraat, ook uit de vergaderzalen waar stadsontwikkelingsprojecten vastlopen.
Het zijn geen gescheiden werelden. Wie de onderhandelingen volgt, woont in de buurten waar we bouwen. Hij of zij stemt over het beleid dat onze steden vormgeeft, en bepaalt mee hoeveel draagvlak er is voor verandering. De verwachtingen die we aan politiek leiderschap stellen, nemen we mee naar onze eigen straat.
Architectuur is ook politiek. Wie een woonproject van enige omvang wil realiseren, passeert langs een stadsbestuur, een reeks adviesinstanties, een buurt en soms een rechter. Elk van die partijen heeft belangen te verdedigen, een achterban te overtuigen en een verhaal nodig dat overeind blijft. De validatiecircuits lijken op elkaar. Dus lijken ook de manieren waarop ze vastlopen op elkaar.
Duidelijkheid wint het van juistheid
Duidelijke standpunten worden steeds belangrijker. Wie twijfelt, lijkt onzeker. Wie nuanceert, lijkt zwak. Wie zijn positie bijstelt, lijkt te verliezen.
Dat is begrijpelijk. In een wereld die moeilijk te overzien is, biedt duidelijkheid houvast. Maar ik zie verschuivingen. Duidelijkheid wordt verward met juistheid. Nuance wordt aangezien voor een gebrek aan overtuiging.
Politieke onderhandelingen tonen dat uitvergroot. Van wat er aan tafel gebeurt, bereikt ons zelden het proces. Wat ons bereikt, zijn brokjes: een gelekte nota, een rode lijn in een zondaginterview, een cijfer dat net op tijd in de krant staat. Die brokjes hebben een functie. Ze sussen de eigen achterban. Kijk, wij houden stand.
Maar elk brokje verhardt ook de positie aan tafel. Wat je publiek gezegd hebt, kan je niet meer loslaten zonder gezichtsverlies. Zo wordt elke toegeving een nederlaag in plaats van een stap in een gedeeld project. De toegeving is daarom niet slecht. Alleen kent niemand nog het verhaal waarin ze past. We weten wie wat eist. We weten niet welke afwegingen op tafel liggen.
In stadsontwikkeling gebeurt hetzelfde, alleen trager. Een ontwikkelaar die een site voorbereidt, laat weinig los. Het vooroverleg verloopt achter gesloten deuren en de buurt hoort geruchten. Het eerste wat ze vaak echt te zien krijgt, is een dossier in openbaar onderzoek: af, uitgewerkt, onomkeerbaar ogend. De weg ernaartoe blijft buiten beeld. Wat bedoeld was als een zorgvuldig voorstel, landt als een voldongen feit. Er blijft nog maar één reactie over: bezwaar.
De veiligste aanname is de duurste
Wie niets toont, denkt niets te kunnen verliezen. Dat is vandaag misschien de duurste vergissing in complexe ontwikkelingsprocessen.
Neem een woongebouw dat op acht bouwlagen wordt ontworpen en op vier landt. Soms vraagt de buurt of de stad dat. Vaker sluipt het erin, laag per laag, omdat iemand vooraf aanneemt dat acht te veel zal zijn: voor de buren, voor het college, voor een adviesinstantie. De aanname werd nooit getoetst. Toch bepaalt ze de richting van het ontwerp.
Of neem de bewuste keuze voor een gevel die geen mening oproept. Een gevel waarover gesproken wordt, is immers ook een gevel waartegen bezwaar kan komen. Terwijl net het ontwerp waarover gesproken zou worden de stad iets had kunnen teruggeven.
Risico’s willen beperken is geen probleem. Ze beperken zonder ze eerst te onderzoeken, is dat wel. Zo wordt onzekerheid vertaald in veilige aannames, en veilige aannames verlagen de publieke waarde van een project. Misschien had de buurt zes lagen wel aanvaard. Misschien wilde het college net wél een uitgesproken gebouw. Misschien was er ruimte voor een ander programma. Of had het allemaal geen verschil gemaakt, waardoor de aanname als interne censuur gewerkt heeft.
Dan verlies je twee keer. Eerst de kwaliteit van het voorstel. Daarna de tijd die je dacht te winnen.
Dat gebeurt niet alleen op het niveau van één gebouw. Het oorspronkelijke masterplan van OMA voor de Oude Dokken in Gent was veel denser en uitgesprokener. In de doorvertaling naar een RUP werd die ambitie gelimiteerd. Wat overbleef zijn — op de kopposities na — hoge gebouwen, maar beslist geen hoogbouw. Een verhouding van net niet. De spanning tussen de hoogteaccenten aan land en aan het water viel weg. Daarmee ging ook de kans verloren om nieuwe programma’s te laten landen in een stedelijke ruimte die dat ruimtelijk wél kon dragen.
Niemand koos daar bewust voor middelmaat. Het was de optelsom van voorzichtige vertalingen. Zo verliezen systemen hun ambitie: zelden door één verkeerde beslissing, meestal door een reeks verdedigbare keuzes die samen iets anders opleveren dan bedoeld.
Systemen lopen niet vast op een gebrek aan standpunten
Coalities vallen zelden door de oppositie, en projecten zelden door één bezwaarschrift. Ze lopen vast wanneer de samenhang verdwijnt tussen belangen, beslissingen en verwachtingen.
Dat gebeurt niet plots. Het groeit uit elke stap die zonder gedeeld verhaal wordt gezet. Een bijgestuurd programma voelt als verlies voor de ontwikkelaar, een lagere hoogte als verlies voor het ontwerp, een extra voorwaarde als verlies voor de stad. Iedereen telt wat hij kwijt is. Niemand ziet nog wat er samen gebouwd wordt. Zo verslijt een project zichzelf, nog voor er één steen ligt.
Het is verleidelijk om die stilstand toe te schrijven aan moeilijke mensen, botsende belangen of zwak leiderschap. Daarmee kijken we te veel naar de spelers en te weinig naar het spel.
Partijen reageren op de prikkels die ze krijgen. Een politicus wordt afgerekend op zijn publieke standpunten. Een ambtenaar moet elke beslissing juridisch kunnen verantwoorden. Een ontwikkelaar moet zijn financiële risico’s beheersen. Een buurtbewoner wil niet voor een voldongen feit staan waarop hij geen invloed had.
Elk van die reacties is begrijpelijk. Samen, in een systeem dat posities beloont en weinig ruimte laat om ze te onderzoeken, maken ze stilstand bijna logisch. De opgave is dus niet om iedereen van mening te doen veranderen. De opgave is om de wisselwerking tussen die meningen anders te organiseren.
Wie het proces toont, geeft niets weg
Ik richtte humbble in 2019 op omdat ik dit patroon niet meer kon negeren. Bij Stéphane Beel werkte ik jarenlang aan stadsontwikkelingsprojecten in Gent, Brussel en Antwerpen. Telkens zag ik dezelfde verkeerde volgorde. Er werden ontwerpvragen gesteld terwijl de strategische vragen nog openlagen: wat mag hier, wat is realistisch, welke keuze leidt tot welk goedkeuringsproces? Die vragen kwamen te laat, of niet. Niet uit onwil, maar omdat opdrachtgevers moesten beslissen op basis van aannames en ongetoetste verwachtingen.
Het antwoord op die verkeerde volgorde is zelden een beter ontwerp. Het begint met de juiste vragen. Wat wil de opdrachtgever werkelijk bereiken? Wat kan de plek ruimtelijk, juridisch en financieel dragen? Waar zitten de echte tegenstellingen? En welke keuze moet eerst, zodat de volgende mogelijk wordt?
Daar zijn mijn instrumenten op gebouwd. Een intentietoets maakt de ambitie expliciet. Een potentiescan brengt de mogelijkheden en grenzen van een plek samen. Een ontwikkelingskader vertaalt die inzichten naar gedeelde uitgangspunten over volume, hoogte en programma. Pas daarna volgen ontwerp en vergunning, of een trajectbegeleiding naast een ander ontwerpteam.
Dat zijn geen opeenvolgende producten. Het zijn ijkmomenten. Elk ervan maakt zichtbaar wat vastligt, wat nog openstaat en wat een keuze betekent voor het vervolg. Waar het kan, bespreken we die uitgangspunten vroeg met stad en omgeving. Het doel is geen consensus over elk detail. Het doel is vermijden dat fundamentele verwachtingen pas botsen wanneer het ontwerp al vastligt.
Bij de herbestemming van de FNO-site in Gent leerde ik hoe belangrijk het is om ook uit te leggen wat níét kan: wat de markt vraagt, wat de regelgeving toelaat, waar de grenzen liggen. Doe je dat niet, dan groeien verwachtingen die later niet ingelost kunnen worden. Transparantie betekent niet dat alles kan. Het betekent dat iedereen weet binnen welke werkelijkheid er beslist wordt.
Wie het proces toont, geeft dus niets weg. Hij maakt ruimte om standpunten te onderzoeken zonder ze meteen te moeten verdedigen. Een toegeving wordt dan geen nederlaag. Ze wordt een stap in een verhaal dat iedereen kent.
Ook politiek heeft nood aan procesarchitectuur
De politiek kan daar veel uit leren. Niet door de inhoud van onderhandelingen voortdurend publiek te maken, maar door het proces toe te lichten. Welke fases zijn er? Wat ligt wanneer op tafel? Welke keuzes moeten eerst, zodat volgende stappen mogelijk worden? Waarover is er al overeenstemming, en waarover nog niet?
Een regisseur die dat durft te vertellen, maakt van elke stap een deel van een gedeeld project. Onderhandelen is dan geen reeks overwinningen en nederlagen meer. Het wordt een zoektocht naar een akkoord dat meer oplevert dan de som van de standpunten.
Een coalitie heeft in principe maar één regisseur, net als een stadsontwikkelingsproject. Dat partijvoorzitters en ministers in de pers verschijnen, verandert daar niets aan. Maar wanneer de regisseur zwijgt om de onderhandelingen niet te bezwaren, vult de pers dat vacuüm. Andere spelers komen in beeld en maken nieuws. De posities verharden, terwijl het proces dat ze zou kunnen verbinden onzichtbaar blijft.
Zwijgen over de inhoud is verdedigbaar. Zwijgen over het proces laat de ruimte aan wie het luidst roept.
Het gaat ook over vertrouwen. Het vertrouwen in de politiek en het gevoel vertegenwoordigd te worden, staan al langer onder druk. Mensen willen duidelijkheid, maar ook een eerlijk beeld van de complexiteit. Ze willen weten waar hun vertegenwoordigers naartoe willen, en wat daarvoor nodig is.
Dat vraagt leiders die de moed hebben om hun publieke opdracht te delen, en de manier waarop ze die willen invullen. Dat is iets anders dan de eigen positie telkens opnieuw toelichten.
Waar de vergelijking ophoudt
De vergelijking is niet volledig. In de politiek is de kiezer het laatste ijkmoment, in stadsontwikkeling onder meer het openbaar onderzoek. Een regering kan haar akkoord niet vooraf laten valideren door de kiezer. Een ontwikkelaar kan zijn basisparameters wel vooraf aftoetsen, al biedt het Vlaamse systeem daar vandaag te weinig juridisch houvast voor.
Ook de inzet verschilt. Een coalitie onderhandelt over macht en beleidsruimte. Een ontwikkelingsproces moet daarbovenop iets bouwen: een gebouw, een buurt, een plek die generaties lang mee de stad vormt.
Net daarom houdt de vergelijking stand. In beide gevallen moeten uiteenlopende belangen zich verhouden tot een gemeenschappelijke opdracht. In beide gevallen gaat die opdracht verloren zodra het debat herleid wordt tot het verdedigen van posities. Wat dan helpt, is het vermogen om het geheel te blijven zien. En de ruimte voor voortschrijdend inzicht, zonder dat elke bijsturing als gezichtsverlies voelt.
Duidelijkheid is geen vooruitgang
Een politieke generatie die met oneliners vooral de volgende verkiezingen voorbereidt, is zelf een deel van de stilstand. De oneliner geeft duidelijkheid aan de achterban. Hij ontneemt de onderhandelaar zijn ruimte.
Stilstand is nooit neutraal. Ze leidt tot achteruitgang, tot erosie van waarden, tot standpunten die verruwen. Op een bepaald moment verwarren we die verruwing met duidelijkheid, en die duidelijkheid met vooruitgang. Dat is ze niet. En dat zal ze nooit zijn.
Een helder standpunt is nog geen juist standpunt. Een eenvoudig verhaal is nog geen antwoord op een complexe opgave.
Consensus is niet het punt waarop iedereen een beetje verliest. Het is het punt waarop iedereen het verhaal kent waarin hij iets wint. Dat verhaal vertelt zichzelf niet. Iemand moet het geheel overzien, de juiste vragen stellen, en het dan durven toelichten.
Ik help ontwikkelaars en publieke opdrachtgevers om complexe ruimtelijke vraagstukken te doorgronden en hun ambities waar te maken. Dat begint nooit met een ontwerp. Het begint met het geheel begrijpen, verbanden zichtbaar maken en de juiste keuzes op het juiste moment mogelijk maken. — humbble.eu
De volgorde van het werk
Vier instrumenten en een toets, geen opeenvolgende producten maar ijkmomenten: wat ligt vast, wat staat nog open, en wat betekent een keuze voor het vervolg.
Naar het aanbod →Het voortraject lost niets op. En toch is het alles.
Waarom het Vlaamse systeem een goed vooroverleg juridisch niet laat meewegen — en wat u dan wél aan dat voortraject hebt.
Naar nr 11 →