a humbble view
a humbble view · nr 15 onderbouwt 01 potentiescan

Vermogen voorbij de stenen

Ik pikte deze week drie signalen op en de vraag die ze samen stellen is er een die me niet loslaat.

AuteurWim Vandendriessche
Reeksa humbble view · nr 15
Leestijd5 minuten
ThemaMarkt

Gisteren schreef ik over de VME als structurele rem op stadsontwikkeling, en over de coöperatie als het model dat haar moet vervangen. Tegelijk dringt via mensen als Anthony Swolfs en de podcast van Thomas Guenter een andere redenering door: dat een huis kopen zakelijk misschien niet meer de slimste zet is voor vermogensopbouw — dat er betere alternatieven bestaan. En tussendoor fileerde Lorenzo Van Tornhaut, CEO van Volus, in een helder interview de aanhoudende crisette in de vastgoedmarkt: nieuwbouw is een luxeproduct geworden, de betaalbaarheidskloof is structureel, en de markt keert niet snel terug naar wat ze was.

Wanneer je die drie signalen naast elkaar legt, ontstaat een ongemakkelijke vraag. Wat als we de baksteen in de maag durven loslaten? Niet alleen omdat het niet meer gaat — ok, fair enough, ook omdat het niet meer gaat — maar vooral: omdat er een betere manier bestaat om over wonen en vermogensopbouw te denken. Eén waarbij huren en eigenaarschap geen tegenstellingen zijn, maar twee kanten van hetzelfde coöperatieve model. Een waarbij woonrecht gekoppeld wordt aan een gediversifieerde investeringsportefeuille.

De vastgoedcrisis is geen storm, maar een spiegel. Het bouwen-en-verkopen-model heeft zijn grenzen bereikt.

Lorenzo Van Tornhaut, CEO van Volus, geeft in een recent interview een heldere en eerlijke analyse van de Belgische vastgoedmarkt. Hij heeft het over de structurele betaalbaarheidskloof. Over de IRR die te laag is. Over kapitaal dat andere havens zoekt. Over B-locaties die lang als opstap golden, maar nu stilliggen. Hij heeft gelijk. Nagenoeg punt voor punt.

Maar zijn remedie — snellere vergunningen, mentaliteitswijziging, geduld — vertrekt vanuit een stilzwijgende aanname die ik wil bevragen. De aanname dat de markt, eens de condities verbeteren, terugkeert naar het model dat we kennen. Bouwen. Verkopen. Vertrekken.

Wat als dat niet meer het juiste model is?

§ 01conjunctuur · model aan zijn grens

De crisis als spiegel, niet als storm

Van Tornhaut beschrijft een markt die ontwricht is door externe schokken: rentes, bouwkosten, geopolitieke onzekerheid. Zijn analyse suggereert dat het model zelf deugt, maar dat de omstandigheden het tijdelijk onmogelijk maken.

Wat als we het cijferprobleem anders benaderen? Een betaalbaarheidskloof waarbij nieuwbouw structureel buiten het bereik valt van de gemiddelde Belg, is geen conjuncturele verstoring. Het is een signaal dat het model zijn grenzen heeft bereikt. Niet tijdelijk. Structureel.

Het model is: bouw een appartement, verkoop het aan een individuele koper, draag de sleutels over, boek de marge, begin opnieuw. Dat model veronderstelt een koper die kan lenen, een bank die wil financieren, en een markt die prijzen absorbeert. Drie voorwaarden die tegelijk onder druk staan.

De reflex van de sector is: wacht tot de condities herstellen. Maar wat als we het model zélf moeten aanpassen?

§ 02beheren · irr · kasstroom

Van verkoopmarkt naar beheerde asset

We schuiven onvermijdelijk op van een koop- naar een huurmarkt. De media framen dit vaak als een economische nederlaag voor een hele generatie starters, en de sector ziet het als een probleem van te weinig aanbod. Maar wat als we deze verschuiving niet zien als een noodlot, maar als een kans? Stel dat een ontwikkelaar niet meer bouwt om te verkopen, maar om te beheren. Dat hij het gebouw in eigendom houdt en bewoners laat wonen via huur of — bij interesse — via aandelen in een coöperatieve vennootschap.

Dan verandert de financiële logica.

De IRR-berekening die Van Tornhaut beschrijft — en die vandaag te laag is om ontwikkeling te verantwoorden — is de IRR van een eenmalige verkooptransactie. Die meet de marge op het moment van overdracht. Maar een ontwikkelaar die zijn gebouw beheert, meet rendement anders: als een langdurige kasstroom van huurinkomsten, aandelenbeheer en waardecreatie op lange termijn. Dat is een fundamenteel ander risico-rendementsprofiel — en één dat institutionele investeerders, pensioenfondsen en coöperatief kapitaal wél begrijpen.

Van Tornhaut zegt zelf dat projectontwikkeling een lokaal ambacht is. Dat een ontwikkelaar zijn terrein moet kennen zoals een boer zijn veld. Die metafoor klopt — maar een boer verkoopt zijn veld niet na elke oogst. Die beheert het, verbetert het, en haalt er jaar na jaar rendement uit.

§ 03hypotheek · aandelen · instap

De betaalbaarheidskloof is ook een eigendomsstructuurprobleem

De kloof die Van Tornhaut beschrijft — tussen bouwkost en ontleencapaciteit — wordt doorgaans gelezen als een prijsprobleem. Maar het is ook een financieringsstructuurprobleem.

Eigendom via hypotheek veronderstelt één grote som op één moment. Wie die som niet kan lenen, valt buiten de markt. Dat is de definitie van de kloof.

Een coöperatief model ontbindt die logica. De bewoner koopt geen appartement. Die koopt aandelen in een coöperatie die het gebouw bezit en beheert. Gespreid in de tijd. Tegen een instapdrempel die een hypotheek niet vereist. De maandelijkse betaling is deels huur, deels aandelenopbouw. Je bent huurder en aandeelhouder tegelijk — en je bouwt vermogen op zonder de klassieke eigendomsmarkt te betreden.

Dat is geen sociale woonoplossing. Dat is een marktoplossing voor mensen die vandaag systematisch uit de markt worden geprijsd.

En het opent een vraag die dit artikel niet meer beantwoordt, maar die ik niet kan laten liggen: wat als de koppeling tussen vermogensopbouw en het stapelen van stenen zelf het probleem is? Wat als je meer vermogen opbouwt door níét alles in één appartement te stoppen?

§ 04geduldig kapitaal · balansstructuur

Wat dit vraagt

De klassieke projectfinanciering — korte termijn, hoge hefboom, exit bij oplevering — is incompatibel met langetermijnbeheer.

Maar dat is geen argument tegen het model. Het is een argument voor een andere kapitaalpartner. En die bestaat: coöperatief kapitaal, institutionele beleggers met een langetermijnmandaat, overheden die betaalbaar wonen willen verankeren. Dit model vraagt dus iets wat de meeste ontwikkelaars vandaag niet hebben: een totaal andere balansstructuur, geduld, en een kapitaalpartner die dat geduld ondersteunt.

De sector wacht op het herstel van een markt die misschien niet terugkomt. De vraag is wie er intussen begint te bouwen aan het model dat er wél voor in de plaats kan komen.

Dit stuk onderbouwt

01 Potentiescan

Wie zijn verdienmodel losmaakt van de eenmalige verkoop, moet eerst weten wat een site over de volle looptijd kan opbrengen. De potentiescan zet die vraag om in cijfers, volumes en scenario's vóór de eerste lijn op papier staat.

Naar 01 Potentiescan →
Verder lezen

De duurste vierkante meter

Over wat een vierkante meter werkelijk kost, en waarom de rekensom achter de betaalbaarheidskloof zelden klopt zoals ze wordt voorgesteld.

Naar nr 09 →
Archief

a humbble view

Alle stukken, doorzoekbaar op thema en op product.

Naar het archief →